Riot

Riot is in 1975 opgericht door gitarist Mark Reale. De band had grote successen in de in de jaren tachtig en negentig.  De band heeft een langlopende succesvolle geschiedenis maar kende een zeer groot verloop in de bezetting.

Mark Reale, toen gitarist bij Kon-Tiki en drummer Peter Bitelli trokken bassist Phil Feit en zanger Guy Speranza aan voor de opname van een demo van vier nummers. Vrij snel werd ook toetsenist Steve Costello aangetrokken. Hoewel de nummers op de demo het niet haalden kreeg de groep een contract bij Fire-Sign Records

Phil Feit wordt vervangen door Jimmy Iommi en het eerste album Rock City wordt opgenomen. De Britse DJ Neil Kay introduceert hen in het Verenigd Koninkrijk en dit laat hen toe het tweede album Narita op te nemen. Gedurende de opnames wordt Kouvaris vervangen door Rick Ventura. De band mag als support act bij de Amerikaanse tour van Sammy Hagar spelen en Capitol Records is bereid Narita wereldwijd uit te brengen, indien Riot, Sammy Hagar ook op de UK-tour vergezeld.

Na de tour verliest Capitol interesse in de band, en het is Arnell en Loeb, het management van de band die de verdere promotie financiert. Capitol stemt hierna in in de opname van een derde album, Fire Down Under. De platenfirma was evenwel ontevreden met het resultaat, en weigerde het album te verdelen. Met de steun van management en fans wordt een akkoord bereikt. De band tekent bij Elektra Records die het album direct uitbrengen. Het zou het best verkopende album van de groep worden. De single haalt de Billboard Hot 100.

Guy Speranza (overleden in 2003 aan kanker) verlaat in 1981 de band uit religieuze overwegingen en wordt vervangen door Rhett Forrester. In 1982 wordt Restless Breed opgenomen. Forresters gedrag en nieuw Elektra management leiden tot een einde van het platencontract. Bij de fans ontstaat ook verwarring tussen Riot en Quiet Riot, op dat moment enorm populair met hun Slade-cover “Cum on Feel the Noize”. Hun volgende album in eigen beheer en uitgebracht op het onafhankelijke Canadese label Quality Records, Born in America kan het tij niet keren en de band valt uit elkaar.

In 1986 komt Riot terug en weet een contract met CBS Records af te sluiten. In 1988 verschijnt het album Thundersteel en in 1990 The Privilege of Power.  In 1990 volgen nog een paar personeelswijzigingen. Het Nightbreaker album uit 1993 wordt het laatste voor manager Steve Loeb die in 1995 door Reale wordt bedankt. De daaropvolgende jaren kent de groep een opvallend stabiele bezetting en enkele goed onthaalde albums zoals Brethren of the Long House uit 1996, Inishmore en Shine On  uit 1998 en Sons of Society uit 1999. Na Through the Storm uit 2002 is Army of One uit 2006 voorlopig het laatste album van Riot.

In 2011 maakte de band een comeback met het album  Immortal Soul.

Oprichter Mark Reale, overleed op 25 januari 2012 aan de ziekte van Crohn, een ziekte waarmee hij bijna zijn hele leven kampte. Mark lag de laatste twee weken van zijn leven in coma als gevolg van subarachnoïdale bloeding.

Imca Marina

Imca_marina Imca Marina werd op 13 mei 1941 geboren als Hendrikje Imca Bijl in het Groningse Zuidbroek. Ze groeide op als enige dochter in het gezin, waarvan haar vader als electrotechnicus haar de liefde en kennis van de schepping en plant en boom bijbracht en haar moeder met haar zong en musiceerde.

Als kind van drie stond ze op een stoel voor de familie te zingen… jawel voor een gage van een kwartje, toendertijd voor een zangeres van drie een behoorlijke beloning. De oorlog en de armoede-jaren erna beletten een pianostudie die ze zo graag had willen doen, maar geld voor andere ‘snaren’ was er nog wel – gitaar, mandoline, banjo, ukuele en zelfs bas. Aangemoedigd door haar leraar, zong ze op haar twaalfde op school- en jaarfeesten. Toch wilden haar latere leraressen haar een klassieke carrière als mezzosopraan voorbereiden. Maar Imca was te ongedurig voor een langdurige conservatoriumstudie. Ze trok er met de gitaar op uit en ging letterlijk de ‘hele wereld’ door. Ze woonde in Zürich en Lausanne, in Parijs en Menton, zong in de club van Régine in Menton en speelde in bijna alle casino’s van Duitsland, van Bad Neuenahr tot Baden-Baden.

Imca Marina staat al vanaf de jaren zestig op de planken. De Groningse zangeres heeft in haar leven tientallen successen bereikt. En hoe! Menig artiest kan er jaloers op zijn, want ze krijgt nog steeds zalen plat. In 1960 scoort de krachtige persoonlijkheid met de single ‘Morgen’ een hit. Imca Marina brengt een jaar later, na enkele hitsingles haar eerste elpee ‘Imca Marina’ uit. De titel van de plaat zal zij later in haar glansrijke carrière nog een paar keer gebruiken. Na een kleine inzinking maakt Imca Marina een fantastische come back in 1972. Met internationale gevolgen, want de zangeres krijgt o.a. met ‘Viva Espana’ verschillende hitnoteringen in België, West-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Spanje.

Een jaar later wordt het album ‘Bella Italia’ uitgebracht. Na enkele jaren van een aantal singlereleases verschijnt er in 1981 een CD met de titel ‘Hartenvrouw’, met door haarzelf geschreven en vertaalde teksten. Helaas moet de zangeres door een botinfectie een periode stoppen met zingen. In deze tijd concentreert zij zich op schrijven en schilderen. In 1988 produceert zij een volgend album ‘Verloren Liederen’ en een jaar later verschijnt de single ‘Spanje, Mi Amor’ gevolgd door een compleet album in 1992. Marina’s zangcarrière krijgt weer oplevering door de samenwerking met feestband De Sjonnies in 1999.

Naast haar werk als zangeres voltrekt ze als ambtenaar van de burgerlijke stand huwelijken in haar boerderij te Midwolda.

Centerfold

Centerfold was een Nederlands meidentrio, bestaande uit Laura Fygi, Rowan Moore en Cecilia de Bruin, die tussen 1984 en 1989 een aantal hits scoort met o.a. ‘Dictator‘ en de Golden Earring-cover ‘Radar Love’.

In 1988 stapt Cecilia de la Rie op en wordt vervangen door Sandra Noach. De singles ‘Money Makes The World (Go Round)‘ en ‘Play The Game’ weten de Top 40 niet te bereiken. Sandra Noach pleegt het jaar erop zelfmoord. Laura Fygi en Rowan Moore nemen onder de naam The Backlot een mini-CD op met nummers die eigenlijk bedoeld waren voor de nieuwe Centerfold plaat.

Daarna start Laura Fygi een zeer succesvolle solo-carriere als jazz-zangeres. In 1998 staat Centerfold weer op in een volledig nieuwe bezetting, maar zonder succes.

Bodine

BodineBodine wordt opgericht in 1979 door ex-Park Lane-zanger Jay van Feggelen, maar krijgt pas serieuze vormen als hij tijdens een jamsessie tegen een aantal Haagse muzikanten aanloopt. De band valt bij radio-dj Alfred Lagarde uitermate in de smaak en komt onder contract bij diens  oude collega Chiel Montagne, die de studio en productiemaatschappij Rhinoceros bezit. In 1981 is de release van de eerste langspeelplaat op het label van Chiel Montagne. De LP wordt gepromoot middels een fotosessie met de sterkste man ter wereld: Gerard Du Prie.

Zanger Axel Langemeijer en gitarist Arjen Lucassen komen de gelederen in 1982 versterken ten koste van Van Feggelen. Hun toetreding heeft een heavier koers tot gevolg, waarbij veel ruimte is voor dubbele gitaarpartijen. Bassist Armand van der Hoff kan zijn christelijke levensovertuiging niet langer combineren met het spelen in een rockband en houdt het voor gezien. De baspartijen voor de CD Three Times Running worden daarop ingespeeld door Lucassen. Voor het livewerk wordt Jeronimo (Jeroen Bos) aangetrokken. Tot veler verbazing accepteert Arjen Lucassen een aanbieding van het dan nog opkomende Vengeance. Het betekent het voorlopige einde van Bodine. Jeroen Bos en drummer Gerard Haitsma bundelen de krachten met de gitaristen Oscar Holleman (Vengeance) en Erik van de Ven. Zanger Robert Soeterboek (ex-Vulture) treedt tot de nieuwe formatie toe, maar verder dan de oefenruimte komt het gezelschap niet.

Oud-zanger Jay van Feggelen wordt om assistentie gevraagd bij het schrijven van teksten en neemt vervolgens toch zijn oude plaats achter de microfoon weer in. Na één demo en een handvol optredens valt de groep echter weer uiteen, naar het zich laat aanzien nu definitief. Op 19 maart 2003 overlijdt geheel onverwachts tekenaar en zanger Axel Langemeijer.